skip to Main Content

Van hierarchisch naar empathisch leiderschap

Het Financieele Dagblad
De generatiekloof binnen bedrijven wordt steeds groter. Een lastige taak voor managers. De Einstein-generatie,
de generatie Y en X en de babyboomers. In de komende jaren zijn voor het eerst in de geschiedenis vier generaties tegelijkertijd werkzaam binnen organisaties. De jongste werknemers beginnen op vroegere leeftijd met werken nu de studietijd steeds verder wordt gekort.

ZOX! Marjolein RisseeuwDe Einstein-generatie, de generatie Y en X en de babyboomers. In de komende jaren zijn voor het eerst in de geschiedenis vier generaties tegelijkertijd werkzaam binnen organisaties. De jongste werknemers beginnen op vroegere leeftijd met werken nu de studietijd steeds verder wordt gekort. Oudere werknemers werken steeds langer door. Volgens managementadviseur Marjolein Risseeuw (44), als associate partner verbonden aan organisatieadviesbureau Twynstra Gudde, vraagt dat om een nieuwe vorm van leiderschap. In haar boek Zo X! beschrijft ze hoe managers de verschillende generaties binnen een organisatie met elkaar moeten verbinden.

‘De huidige top, veelal uit de babyboomgeneratie, is op basis van macht en hiërarchie ver gekomen. Maar nu wordt er aanvullend leiderschap gevraagd doordat de wensen van de werknemers uit alle generaties steeds concreter worden. De jongere generaties willen meer zingeving in hun werk, meer afwisseling en meer vrijheid, maar ook heldere kaders in een veilige omgeving’, aldus Risseeuw, die over leiderschap adviseert en (interim-) managers hierin coacht. Risseeuw zet in haar boek, dat gebaseerd is op interviews met werknemers en leiders van verschillende generaties en bedrijven en een literatuuronderzoek, de wensen van alle vier de generaties uiteen.

Zo zijn de leden van de Einstein- generatie (geboren tussen 1990 en 2005) volgens haar netwerkers, ambitieus en flexibel in werktijden. ‘Ze kunnen veel dingen tegelijkertijd en maken weinig onderscheid tussen werk en privé.’ De generatie Y (geboren tussen 1975 en 1990) is volgens Risseeuw gevormd door internet, MTV en de ‘altijd online’-wereld. ‘Ze groeiden op in een tijd van grote economische welvaart en hebben behoefte aan verantwoordelijkheid, zelfontplooiing en ontwikkeling. Ze doen veel moeite om succesvol te zijn en werken veelal mobiel.’

De generatie X (1960-1975) is gevormd ten tijde van de economisch moeilijke jaren tachtig. Zij streven naar zingeving, ook in het werk, en zoeken constant naar de ideale balans tussen werk en privé. ‘Zij zijn de uitvinders van deeltijdwerken en vrouwelijk leiderschap.’

De babyboomers (geboren tussen 1945 en 1960) zijn opgevoed in de naoorlogse welvaart en handelen vanuit de verenigingsgedachte. ‘Ze streven naar een vaste aanstelling en maakten carrière. Dit geeft ze status en macht.’ En van deze status en macht is de jonge generatie volgens Risseeuw juist niet meer gediend. ‘Zij willen net als de Y-generatie vrijheid, zelfstandigheid en empathie van hun manager.’

Risseeuw pleit ervoor dat leiders meer plaats maken voor zingeving en passie om ook de jongere generaties te dienen. Als managers zich verdiepen in de verschillende generaties binnen het bedrijf, dan maakt dat volgens haar gezamenlijke ontwikkeling mogelijk. ‘Combinatieteams waarbij de innovatieve jongeren en ervaren ouderen van elkaar kunnen leren. Dat komt het bedrijfsresultaat ten goede.’

Back To Top