skip to Main Content

Generatie X, ideale schoolleiders (Schooljournaal CNV Onderwijs)

Babyboomer, generatie X, generatie Y en Einsteiner. Lerarenteams tellen maar liefst vier generaties, die, ondanks soms sterk afwijkende inzichten en denkbeelden, tot elkaar veroordeeld zijn in de educatie en opvoeding van hun leerlingen. De ideale leider van zo’n team is volgens bedrijfskundige Marjolein Risseeuw een veertiger, iemand van de generatie X, die door haar hang naar evenwicht de kloof tussen oud en jong kan dichten.

‘De X-generatie, geboren tussen 1960 en 1975, is sneller geneigd tot samenwerken, wil binden, streeft naar zingeving en staat liever tussen de mensen dan erboven. Eigenlijk zijn zij de ideale leidinggevenden’, zegt Marjolein Risseeuw, generatiestrateegen bestuurder van de basisschool van haar kinderen. Ze schreef het boek Zo X! Hoe nieuwe leiders talenten in organisatie verbinden, weliswaar bedoeld voor het bedrijfsleven, maar toch ook goed over te zetten op het onderwijs.

Nieuw elan
Die positieve grondhouding van de generatie X, vernoemd naar de roman Generation X: Tales for an Accelerated Culture uit 1991, van de Canadese schrijver Douglas Coupland, is volgens haar ontstaan tijdens de economische depressie begin jaren tachtig, toen veel jongeren zonder succes de arbeidsmarkt betraden. En kregen ze een baan, dan lag deze ver onder hun werkniveau. Ook in het onderwijs kregen jonge leraren moeilijk voet aan de grond. Een flink deel van de generatie X is toen voor het onderwijs verloren gegaan. Wie bleven, brachten volgens Risseeuw ‘nieuw elan op de werkvloer’ en waren volgens haar ‘de uitvinders van deeltijdwerken en vrouwelijk leiderschap’.

Hiërarchie
De babyboomers, die vooraf gaan aan de generatie X, zijn veel hiërarchischer dan men wellicht op grond van hun vorming in de roerige jaren zestig zou verwachten. Risseeuw: ‘Ze hebben met hun peace and love weliswaar als eersten geprotesteerd tegen de bestaande machtsstructuur van de naoorlogse opbouwgeneratie, maar ze kwamen er al snel achter dat ze dat niet zouden volhouden in hun werk, want dan konden ze naar iets anders uitkijken. Dat hebben ze geaccepteerd. Ook de generatie daarna, de X-ers, gedijde prima in een hiërarchische structuur. Dat is natuurlijk niet zo vreemd, want ze was zelf zo opgevoed. Die reflex zag en zie je ook terug in hun houding tegenover leerlingen. Waar ze hun eigen kinderen warm en coachend op een voetstuk plaatsen, en geneigd waren hen vooral in materiële zin alles te bieden, omdat ze dat zelf hadden gemist, sloeg op kantoor of school de hiërarchie toch weer toe. Zij alleen wisten hoe het moest, er was geen grijs gebied.’ Verrassend genoeg kunnen de babyboomers, de huidige groep leraren tussen 50 en 65 jaar, volgens Risseeuw goed overweg met de door MTV en internet gevormde generatie Y (geboren tussen 1975 en 1990) en de Einsteins (geboren na 1990), die zijn opgegroeid in een wereld waar grote hoeveelheden informatie 24/7 beschikbaar is. ‘Hun eigen kinderen behoren grotendeels tot de generatie Y, hun kleinkinderen zijn soms zelfs al Einsteiners. Ze kunnen zich prima inleven in de jongere generaties. Ze zijn daarom nog steeds heel belangrijk voor de vorming van jongeren van 13 tot 18. Zeker op het punt van kennis en ervaring past hen de rol van coach of mentor van leerlingen die onzeker zijn over hun lichaam en leefwereld. Omgekeerd zouden de Einsteiners de oudere garde nog heel wat kunnen leren over de mogelijkheden van ict, van digibord tot ipad.’

Facebook
Naast de babyboomers en de generatie X, worden scholen bevolkt door leraren en ondersteuners van de generatie Y en Einstein. Over de generatie Y zegt Risseeuw: ‘Zij groeiden op in een tijd van economische welvaart. Baanzekerheid, loyaliteit aan de werkgever, een lange carrière en promotie spelen voor hen een minder prominente rol. Zij veranderen gemakkelijk van werkgever om hoger op de carrièreladder te komen. Zelfsturing en flexibiliteit zijn de sleutelwoorden van deze groep. De Einsteiners daarentegen zijn creatief, multidisciplinair en netwerkers. Deze Facebook-generatie maakt weinig onderscheid tussen werk en privé. Ze willen niet meer werken van negen tot vijf, maar afgerekend worden op resultaten.’

Verworven rechten
Risseeuw vindt dat scholen onvoldoende gebruik maken van de kruisbestuiving tussen de verschillende leeftijdscategorieën. ’Zowel leraar als schoolleider zouden zich veel meer moeten inleven in de gedachtewereld, maar ook de eisen en wensen van de diverse generaties. Zo heeft de babyboomer behoefte aan face to face-contact. Of het nou met zijn leerlingen is of zijn leidinggevenden. Het is nog steeds een forse groep die voor de klas staat. Ze hebben goede ideeën, maar zijn tegelijkertijd erg vastgeroest en nauwelijks in staat bepaalde dingen te veranderen. Als interim-directeur ervoer ik dat ook. Er wordt teruggevallen op verworven rechten. “Zo doen we dat hier altijd.” Ze zijn weliswaar prima op hun vakgebied en hebben een goed zicht op kinderen, maar in het contact met de ouders vind ik ze soms onhandig. Je kunt niet tegen ouders over toetsuitslagen zeggen: “Het komt wel goed.” Ouders nemen daar geen genoegen meer mee. Ze willen vooraf weten wat het plan is van de leraar, hoe die met hun kind aan de slag gaat en of dat aansluit bij de wensen van de ouders. En dan komen ze tot een bepaald resultaat. Ik snap best dat een leraar bang is beloften te doen, die hij niet waar kan maken. Maar ouders willen juist contact en duidelijkheid dat hun kind op het netvlies van hun leraar staat.’

Empatisch
‘De oudste generatie klaagt ook over te veel aan randzaken als handelingsplannen’, weet Risseeuw. ‘Het lesgeven zou daarbij in het gedrang komen. Ze zijn ook veel kritischer op de Citotoets. Voor de jongere leraren is dat allemaal een gegeven. Die hoor ik daar niet over, zij zijn kwalitatief heel goed en voelen zich de koning in hun klas. Alles is tot in de puntjes verzorgd. Ouders voelen ze ook goed aan. Maar als het gaat om zaken als leerlingenaantallen of klassenindeling willen ze ontzorgd worden. Daar hebben we toch een directeur voor, of een conciërge of de administratie? Ik vind dat ze zich daarbij meer betrokken moeten voelen. Een schoolleider uit de X-generatie zou dan ideaal zijn voor de verbinding in een lerarenteam, waarvan de samenstelling idealiter zo gelijk mogelijk over de generaties verdeeld moet zijn, ook in het management. Het is de juiste persoon om te balanceren tussen het oude hiërarchische model, en tegelijk sensitief en empatisch te zijn tegenover jongere collega’s, leerlingen en ouders.’

Back To Top