skip to Main Content

Ziel en zakelijkheid gaan voor mij samen (De Voorstelling, BRUG)

Marjolein Risseeuw en het generatieperspectief
Met 1967 als geboortejaar hoort Marjolein Risseeuw tot de generatie X (1960-1975). De generatie van hard werken, sparen, zekerheid en afspraak is afspraak. En voegt ze eraan toe de generatie die streeft naar zingeving op het werk en graag een maatschappelijke bijdrage wil leveren. Dat wil ze zelf ook als generatiestrateeg. “Ik heb een zekere zendingsdrang en ik herken dat ook bij studiegenoten uit mijn tijd. Het zijn allemaal verbinders.”

Sinds het verschijnen van haar boek “Zo-X Hoe de nieuwe leiders talenten in organisaties verbinden” over de gebruiksaanwijzing van vier verschillende generaties in organisaties, maakt ze zich sterk voor meer inlevingsvermogen tussen oud en jong. “Het is bewezen dat organisaties die gemengd zijn qua leeftijd en man-vrouw verhouding minder verzuim kennen.” Maar de generaties werken niet vanzelf samen. Ze zijn in een andere tijd en uit ander materiaal geboren, leerde ze van de Nederlandse socioloog Hans Becker met wie ze veel samenwerkt.
“Babyboomers (1945-1960) houden bijvoorbeeld van een zekere hierarchie en vinden het moeilijk om kennis los te laten. Voor de generatie Y (1975-1990) is alles onderhandelbaar en iets is leuk zo lang het leuk is. De Einstein-generatie (1990-2005) wil werk helemaal zelf kunnen inrichten en is resultaatgericht. Die energie loopt totaal uit elkaar, maar ik weet zeker dat die generaties elkaar kunnen versterken als ze zich goed verdiepen in wie die ander is.”
Dat Risseeuw zelfstandig ondernemer zou worden had ze niet gedacht toen ze in 1986 begon met de studie bedrijfskunde. “Het is tegenwoordig veel makkelijker om een eigen bedrijf te beginnen. Jonge mensen springen daar meteen in. Ik wist niet beter dan dat de studie bedrijfskunde opleidde tot directeur.”
Na een jaar economie – ze was uitgeloot bij bedrijfskunde – bleek de studie haar te passen als een jas. “De economen zeggen weleens neerbuigend dat bedrijfskunde een cursus is. Maar ik denk dat in deze studie diepgang zit zonder dat je dat zelf doorhebt. Je leert in een korte tijd veel kennis te analyseren en tot de kern door te dringen. Je leert te kijken en denken in grote lijnen en dat past bij me.” Ze deed haar afstudeeropdracht in Barcelona bij een bedrijf waar ze zelf contact mee had gelegd. “Ik kreeg een vliegticket toegestuurd met de uitnodiging om aan de slag te gaan, maar had geen idee wat ik daar kon aantreffen. Ik doe veel op intuïtie. Toen ik na een half jaar terugkeerde wist ik wat hard werken was en klantgericht denken, maar DIT KLOPT NIET: IK WILDE AL AAN HET EINDE VAN MIJN STUDIE DE ADVIESBRANCHE IN!. Bedrijfskunde is een studie waar je alle kanten mee op kan.”
Na haar afstuderen in 1991 ging ze aan de slag als consultant bij het prestigieuze PricewaterhouseCoopers wat ze al snel als te groot en onpersoonlijk ervaarde. Daarna kwam ze bij een kleiner bureau terecht dat ze had kunnen overnemen, maar daar vond Risseeuw zichzelf nog te jong voor. Bij organisatieadviesbureau Twynstra Gudde werkte ze vijftien jaar en schopte ze het al op jonge leeftijd tot senior partner. “Ik heb me zelf nooit als leidinggevende gezien, maar achteraf denk ik wel dat ik thuis een goede leerschool heb gehad. We waren met drie kinderen thuis en mijn oudere broer en zus kampten allebei met gezondheids- en schoolproblemen. Mijn vader was technisch-commercieel directeur bij Akzo en veel op reis. Samen met mijn moeder heb ik veel georganiseerd. Ik kreeg al op jonge leeftijd de leiding van mijn ouders.”
Bij Twynstra Gudde begeleidde Risseeuw in haar laatste functie, interim-managers en kreeg ze veel vragen over wat goed en professioneel leiderschap is. “Een goede leidinggevende is emphatisch ingesteld, staat dichtbij mensen, maar verliest nooit zijn eigen koers uit het oog. Het moet duidelijk zijn wie eindverantwoordelijk is. Met name dat laatste heb ik zelf echt moeten leren. In mijn enthousiasme ging ik soms te veel mee met anderen. Een goede leidinggevende durft ook verantwoordelijkheid bij jongere werknemers neer te leggen. Jongere generaties verliezen veel energie in bedrijven als ze hun talenten niet kunnen ontwikkelen.”
De gedachte van het verbindende leiderschap tussen generaties was geboren en liet haar niet meer los. “Het raakte me en ik had het gevoel dat ik ook een snaar kon raken in deze tijd van vergrijzing en ontgroening. Het is voor het eerst dat vier verschillende generaties werken in organisaties. Ik had het gevoel dat ik iets kon toevoegen.”
Ze besloot een jaar met sabbatical te gaan om een boek te schrijven over generatiemanagement. Tijdens dat sabbatical besloot ze om weliswaar te blijven samenwerken met haar werkgever – ze wilde de goede band niet verbreken – maar niet meer als werknemer, maar als zelfstandig ondernemer. “Het was zo fijn om in dat schrijfjaar even geen druk te ervaren en mijn eigen tijd in te kunnen delen. Ik had 15 jaar hard gewerkt, winstdoelen achterna gejaagd. Ik wilde het anders gaan doen en durfde het voor het eerst aan.”
Het was wel wennen in het begin, vertelt ze, om álles zelf te doen. “Ik had voor het eerst geen computer, telefoon en auto meer van de zaak. Mijn secretaresse mis ik nog het meest. Het beheren van mijn eigen agenda vind ik echt een ramp. Ik maak nog weleens dubbele afspraken. Maar ik vind het ook heel gezond om mee te maken hoe het is om ondernemer te zijn. En mijn man vindt me ook een stuk gezelliger geworden, nu ik meer vrijetijd heb.”
Inmiddels reist ze door het hele land om lezingen en workshops te geven over leiderschap vanuit het generatieperspectief en wordt ze ingehuurd door bedrijven om met die kennis actief aan de slag te gaan. Van dat laatste gaat haar bloed sneller stromen. “Bewustwording is goed, maar uiteindelijk gaat het erom, wat je ermee doet. Als ik word gevraagd om een directieteam te begeleiden of personele vragen op te lossen, kan ik echt bijdragen aan verandering en ervoor zorgen dat verschillende generaties elkaar versterken. Neem het voorbeeld van een jonge chirurg die een microscopisch klein gaatje moet maken en daar ook de fijne motoriek voor heeft en de technische kennis. De wat oudere chirurg staat hem bij, mochten er complicaties optreden. Hij heeft de ervaring.”
Over vijf jaar hoopt ze dat het thema door zowel kleine als grote bedrijven wordt opgepakt en gekoppeld aan de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Hervormingen zouden volgens haar gepaard moeten gaan met zoveel mogelijk generaties onder één dak. Zelf zou ze als generatiedeskundige graag zo’n proces willen begeleiden binnen een multinational. “Zo’n grote commerciële organisatie lijkt me wel uitdagend. Maar ziel en zakelijkheid gaan voor mij samen. Ik zou dan willen aantonen dat het behoud van oudere werknemers van toegevoegde waarde is. Met alleen nieuw en jong kom je er niet. Je hebt een basis nodig. Hoe je dat kan doen? Bijvoorbeeld door met verschillende contractvormen te werken. Laat mij maar verbinden. Ik vind het mooi als ik organisaties in beweging krijg.”

Geboortedatum: 13 juli 1967
Afstudeerjaar: 1991
Waar gewerkt: PriceWaterhouseCoopers, Bertels&Partners, Twynstra Gudde

Back To Top